Citaten

Een van mijn favoriete dichters was Anton van Wilderode waarvan de
volgende mooie tekst

 De stem die ik ternauwernood vernam
alsof ze uit een ander tijdperk kwam
vervoerde weerloos mij naar een verleden
waarin de wortel zit waaruit ik stam
                     Anton van Wilderode
——————–

Al groter aandacht gaat naar het geringe
de onderkant van de gewoonste dingen
die ik bekijk met scherp geslepen oog
dwars door een mistbank van herinneringen
Anton van Wilderode
——————–

De grote zomer heeft zijn tijd gehad
de herfst begint, het vallen van het blad
Het is voor het eerst, als het begint te dagen
dat het palet des hemels zwart bevat
Ida Gerhardt
——————–

.…te nacht
hoor ik het water aan de schoeiing slaan
Diep ingenesteld in het donker huis 
lig ik te luist ‘ ren naar die trage klop;
en een verbeiden richt zich langzaam op,
speurend – het hart wordt in de stilte thuis
 Ida Gerhardt
——————–

Water en lucht en tijdeloze tijd
ik dronk het diep – tot aan die pareling
van klaarte openbarend ieder ding:
sterk straalt het in zijn kleur,
zijn eigenheid 
Ida Gerhardt
——————- 

Een mens wordt beter
aan de boezem van de natuur
 M. Boelgakow
——————–

 Is er in mij de aandacht niet
Van verzen en hun stil verricht
Inschikken tot dit klein gedicht
Van iets geluk en licht verdriet
J.H  Leopold
——————-

Stilte is het verschil tussen niks zeggen
en alles al gezegd hebben
Herman de Coninck
——————-

Het is vaak heerlijk te rusten op het gras
dat je ergens over hebt laten groeien
Cees Buddingh
———————-

Een poëzie-lezer moet weten dat poëzie
nooit mag bevestigen
Rutger Kopland
———————

De dichter is het hart van de wereld
Joseph von Eichendorff
——————— 

weet dat in een gedicht
maar de helft aan waarheid ligt
———————

Mij lijkt bij de goden gelijk
die man, zoals hij daar zit
naast jou, en van vlakbij
luistert naar die heerlijke stem
en die opwindende lach van jou
Sappho 2600 jaar geleden
——————–

Ach, hoe kort is de jeugd
wij zijn zoals de blaren zijn
die lentetijd aan bloemen rijk
tot leven wekt, wanneer ze vlug
aan ’t groeien gaan, in zonneschijn
Sappho ( uit: Muze zeg me……)
———————

Druifje dat “nee” zei toen ’t groen was
en “nee” bleef zeggen toen’t rijp werd
zeg je nu eindelijk “ja”  Krijg ik een hapje rozijn?
Sappho ( uit Muze zeg me….)
——————–

Wie negen Muzen telt is bijziende
Sappho van Lesbos is de tiende
Plato
——————-

De weg naar boven
en de weg naar beneden
is een en dezelfde 
                Griekse wijsgeer
——————–

Een mens is niet lui omdat
hij verzonken is in gedachten
er is zichtbaar werk en er
is onzichtbaar werk
Victor Hugo
———————

Het ogenblik dat ik geniet
noem ik meestal liever niet
Leo Vroman
———————

Ga klein boekje
een wereld van Carolines en Clara’s
Vriendschap en liefde
maken dichters groot
lakse tijden leggen het aas
Lord Byron
———————

Blauw was de lucht, oneindig onze hoop
Die hoop ging in het duister op de loop
Paul Verlaine
———————

Geloof me, leef nu, wacht niet op de morgentijd
En pluk van heden de rozen van het leven
Pierre de Ronsard
———————- 

Zelfs de stilte heeft haar taal,
zij kan bidden,
zij kan zich doen verstaan
Torquato Tasso
———————- 

Verloren is alle tijd
die niet aan liefde werd gewijd 
Torquato Tasso
———————- 

Doodstille decemberdag,
Nevel en stilte overal.
Geen enkel geluid maakt gewag
Van een wereld van schijn en schal.
Landwaarts is het kil, maar de kust
Is zoel als een najaarsnoen,
Betogen door een rust
Als van een eeuwig seizoen.
J C Bloem
———————- 

t Is avond, stille…en, mij omtrent,
is iets, of iemand, onbekend 
die, zachtjes, mij beroerd, zegt:
’t is avond en ’t is rustens recht.’
Guido Gezelle
———————— 

Wat zijn er toch veel dingen
die ik niet nodig heb.

Hoe geringer onze behoeften,
des te dichter naderen wij de goden 
Socrates
————————- 

In mijn leven worden de winters langer
De kleuren valer, de vrienden banger
De liefde verdwijnt uit mijn gezicht
Ik berg mij op in mijn gedicht
Cees Nooteboom
————————– 

wat zijn we in het leven
als na al die jaren
alleen de praatjes zijn gebleven

————————-

Spijt bekroop ons soms, als we dachten
Aan de zomerpaleizen op de hoogten, de terrassen
En de zijden meisjes die ons sorbets brachten
T.S. Eliot
————————- 

Nietsdoen is soms een goede remedie.
Hippocrates 
————————- 

Ars longa – De kunst duurt lang
Vita brevis – en het leven kort
Hippocrates
————————- 

Plezierreizigers klimmen als dieren de
berg op, dom en zwetend. Men heeft
vergeten hun te zeggen dat er onderweg
ook schone vergezichten zijn.
Friedrich Nietsche
————————– 

( Wat is er van mijn dagen mij gebleven
En van hun gloed en ’t rusteloos gedruis
Der wereld om mijn nutteloze streven?
Alleen één zekerheid, het ouderhuis.)
J.C.Bloem
————————– 

O staan binnen elkanders handen
als kostbaarheden, onomwonden
van schaduwen en zonden….”
Gerrit Achterberg
————————— 

In dit huis der Muzen
mag geen rouw bestaan
ons past geen verdriet………

sterven is geen kwaad
zo hebben de goden beslist
anders stierven zij ook……..
Sappho
—————————- 

Ik vond in ’t gras een ei
’t was uit het nest gevallen
ik voelde wijl ik ’t nederlei
wat warmte in mijn handen 

—————————-

Stilte is de tolk van ’t diep gemoed
Meer dan wanhoop ’s tranenvloed 
P A de Genestet
—————————- 

het vee stond stil te grazen
dicht bij de waterkant
hun ogen vol verbazen
om zoveel gras en land
Mies Bouhuys
————————— 

Tederheid is de rust van de passie
Joseph Joubert
————————– 

Sluit mijn ogen niet
Laat mij mijn dood begrijpen
Pablo Neruda
————————- 

De liefde is zo kort
Het vergeten duurt zo lang
Pablo Neruda
———————— 

Late vreugden zijn de
schoonste; zij staan tussen
verdwenen verlangen en
komende vrede.
Marie von Ebner Eschenbach
————————- 

Terwijl wij slapen in deze wereld
zijn wij wakker in een andere
op die manier is elk mens er twee
Jorge Luis Borges
————————– 

Als woelig water tot rust komt
wordt het langzaam helder.
Als iets traag in beweging komt
komt het langzaam tot leven. 
Lao – Tse
————————— 

Gezond verstand is het best verdeelde
goed in de wereld, want iedereen denkt
er genoeg van te hebben “
Rene Descartes
—————————- 

De mens werd vrij geboren
en hij is overal in ketenen “
Jean Jacques Rousseau
——————————-