Sketches of my life…

Voorgeschiedenis van mijn huidige verblijfplaats

Senioren gaan voor de kunst

weer een tijd – verleden tijd
die de ruimte ons niet wedergeeft
samen hebben we er enkele uren van 
geplukt, vriendschap gesmeed

                      het is me weer gelukt

Ondanks het leeftijdsverschil
en persoonlijke gevoelens
zijn mensen gebonden, door kunst van
verschillende culturen elkaar gevonden 

                      hebben we er iets van geleerd?

Ik alvast wel, en niet alleen met water en verf
een samenhorigheid – het verlangen
naar contact en menselijke warmte
in een wereld die niet fraai wordt voorgesteld.
Ik voeg weer een stukje mooie tijd
aan mijn leven toe.
Ik heb weer toffe mensen ontmoet 

Tot volgend jaar –  In fort 8
Hoboken, augustus 2005
—————–
Helaas is onze docent Louis Vanden Eijnden overleden
Onze groep heeft in oktober de cursus voortgezet in
het dienstencentrum ” Portugesehof ”     ZONDER MIJ 

—————————————————————————

Hof  ter  Beke

Hier heb ik mij gevestigd
met gemengde gevoelens
te persoonlijk waren de omstandigheden
lieten me geen keus meer in dit leven

vriendelijk en jezelf zijn
de rest komt vanzelf
als pretpark voor bejaarden
met hotel-service
kan men hier wel aarden 

en volgens mijn huisdokter
zie ik er goed uit

we gaan ervoor!

maart 2006

———————————————

met verdriet en pijn, anders
zou men niet op deze wereld zijn

ik heb er van geoogst
en niemand heeft mij getroost

ik lach het van me af, maar
de pijn is des te erger achteraf

de tijd was niet rijp voor
 iets dat men te laat begrijpt

de zin ervan nog niet klaar voor
een vriendschappelijk gebaar

hoe ik hier ben beland
dat ik het niet geloven kan
een deel van het leven
op de vlucht – om het even
een voet gezet op drijfzand
een berekend plan?
men heeft het niet in de hand
de kronkelpaden van het leven
———————————————————————-
de voorjaarszon
die op de vloer ligt te dansen
is haar eerste warmte aan ’t vieren
ze dweilt de winter buiten
strijkt de plooien glad
maakt plaats voor een goed gevoel
naar nieuw leven en geeft
de kriebels door aan
de Muze van de poëzie

De lente ontpopt zich
kruipt uit haar winter-jasje
kille koude lucht maakt
plaats voor prille voorjaarszon
zachte regendruppels toveren
glinsterende parels op het groene gras
 
het jong geweld duwt zich
een plaatsje boven de grond
en op een dag  ” oeps “
schieten ze in een lag
met geur en kleur
winter-slapers schudden
de aarde van zich af
alles leeft, groeit en bloeit
een nieuwe lente is geboren
Dauwdruppels gepareld
door het verse lentesap ontstaan
zweeft over Venus liefdesbloem
de zuivere geest
besnaard met het fijne spinrag
van twijgen naar bladeren
beproeft de oude late jaren
waar de gloed van
uitgestelde tijd overleeft
een warm gevoel van
oude liefde boven zweeft
Wolken bedekken de schaduw over
hongerige vleugels in de stad
klapwiekend lawaaierig
een uitgestelde lente
hangt aan de regen
bengelt in de bomen
die het blad voelen komen
                 binnen bibbert de wind
                 die langs de ramen dweilt
                 naar een losgeslagen kabel
                 auto’s rijden op de natte straat
weer een dag afgeschreven
in de nattigheid van een lente
die de jaren telt, men draait zich om
de dagen snellen ons voorbij
en komen op dezelfde plaats terug
niet altijd onze gedachten erbij
                  het leven stukje bij stukje
                  keert ons de rug
——–
De roos in de tuin is mijn verlangen
tussen klimop begrensde hagen
de rozen struik gevangen
bij dageraad ontloken,
vreest de nacht niet
met liefde omhuld, de
rozen-blaadjes zo broos 
met tederheid gevuld
naar het einde van de koude lentedagen
de zichtbare schoonheid van de roos
de koningin van de bloemen
flirt met geuren en kleuren
laat zich in haar volle naaktheid
bewonderen in ongehulde volmaaktheid
De zon speelt aan mijn voeten
struiken wiegen zacht opzij
de dag nog jong
gaat hij aan mijn liefde voorbij
                  de rozen zijn ontloken
                  mijn hart gebroken
de tijd staat even stil
een herinnering die het begeeft
heeft jaren in mijn geheugen geleefd
de grote stap is gezet
en niemand heeft het mij belet
mijn geest staat open op woorden belust
is her daarom dat de Muze mij pusht
helaas kan ik mijn woorden niet kwijt
aan hem die ze niet meer begrijpt
                  mijn kleine hond Sam begon te treuren
                  hij wist wat er ging gebeuren
—–
Een geslaagde paasweek 2006
—–
Mensen die samenkomen
met dezelfde verwachtingen 
leeftijd speelt geen rol
enkelen gaan uit de bol
uit de eenzaamheid gestapt
frustraties achter zich gelaten
de pijn even opzij gezet
een sfeer van gemoedelijkheid
gecreëerd door hun aanwezigheid
—–
het uit zich in een eucharistieviering
een etentje en muziek
de gezelligheid swingt de pan uit
en naar sluitingstijd toe
is iedereen voldaan en welgezind
men is nooit te oud om zich jong te voelen
—-
In de holte van de nacht
de stilte van de diepte
hoor ik mijn hart wenen
verwerkt het leed
van verlies dat zijn sporen liet

korter en dieper wordt de weg
die traag zijn einde nadert
de levensweg door de jaren heen
die op de gekromde schouders rust
zij houden stand door heelende
vriendschap en een helpende hand

Ik kijk even weg van
het spel petanque
regendruppels parelen
juweeltjes
 op de struiken
de zon schitterd de kleuren
die schoonheid kan ik niet voorbij
en vergeet mijn beurt bij het spel
geen nood, ik speel niet alleen
gezamenlijk, gezellig
gaat ons spel verder 

wie wint speelt geen rol
we spelen voor de lol 
De merel in de tuin
op de tak van het gedicht
na een heldere solo
ritst hij de boom uit
naar het heelal, waar
bijen gonzen en vlinders fladdderen
een wereld van gezang
voorbij de horizon
—–
maar de solomerel keert terug
naar de tuin op
de tak van het gedicht
op de achtergrond wordt in de schaduw
de tekening met spots belicht
—–
In luwte koele rust
onder het gewelf van groen
is de tuin onze lust
een duif, een meeuw 
of een kauw
zijn we nooit kwijt
de huispoes strijkt ons
langs de benen onder
een kobaltblauwe lucht
             in opgeloste nevelslierten
             glijdt de dag zijn einde nabij
terwijl de blauwe nacht over 
mijn schouders valt
in de vleugelslag het laatste lied
een beeld dat mijn oog ontvliedt, maar 
langs de wind voorbij de vleugelslag
ontwaar ik vriendschap die naar me lacht
               ik houdt me stil
               ik houdt me vast 
               het is meer dan ik had verwacht
—–
met 19 jaar de nodige tam – tam
er is weer een jaartje bij
een kleindochter haar ogen tintelen blij
een leuke bende jongeren 
wurmde zich door de woorden
de lieve zus van 18 deelde in de pret
en de vele kussen van de soortgenoten
en dan o wee het gazon
gelukkig het onweer afgevoerd 
geen gedonder in Edegem
en wat,  met twee honden geen pracht gazon
met een student voor tuin en aanverwanten
komt het gauw weer tip – top in orde
tegen de volgende verjaardag
wat is er mooier dan een groeiende familie
met de toekomst voor ogen
voor de oudjes kwam de tijd van afscheid nemen
de plaats was aan de jeugd   TODAY
Edegem, 12 mei 2006
Op de deining van de wind
laat ik me gaan, haren worden
langs de wang gestreeld
een pittige zon die de bladeren
van de bomen beroert, speelt
met de schaduw een spelletje
op mijn huid voelt de warmte weldadig aan
de lente-kriebels stilaan voorbij 
maakt plaats voor een zomers gevoel
met het schoolverlof, het gejoel gestopt
de kinderen van het schooltje hier vlakbij
zetten hun boekentas voor twee maanden opzij
stoelen en tafels buiten gezet
en door de bejaarden bezet
hier wordt geleefd van dag tot dag
met een traan en een lach
en verder zien we wel
met de Muze aan mijn zij
blijven de woorden me heel nabij 
Een vrolijke ochtend, met de zon opgestaan
het gevoel om de vleugels uit te slaan
kriebels, waarom? geluk om wat?
om alles, om de pret, als ik kon
maakte ik een pirouette, greep
een beetje lucht en streelde het zacht
het is de jeugd die me weer beroert
kruipt in mijn bloed en doet
verlangen naar momenten van weleer
met onstuimige gloed
                   de Muze maakt me weer stapelgek
                   waar haalt ze het
                   mijn hoofd heeft weer een lek
                   met de gezegende leeftijd van
                   over de………………jaar
                   is het wel normaal?
en toch……….
Het wordt alsmaar beter
de schakels zijn aan ’t smeden
voor vriendschap dat is zeker
de jaren niet geteld
het einde is ver te zoeken
we zijn op onze waardigheid
en samenhorigheid gesteld
een stapje hier
een stapje daar
de benen zwierig op en af
opzij en achteruit
armen in de lucht
en voor een grapje niet beducht
de leraar ( kinesist ) een vent met pit
hij laat ons begaan
voor een praatje graag gedaan
maar geen benen-lift
Naar het minigolf
voor een ritje naar de ” Dikke Mee “
plooien we ons graag in twee
want Emmie wilt altijd mee
en voor zoveel het busje dragen kan
staat Debby heldhaftig haar man
tot ze het niet starten kan
hilariteit alom, alsof dat het einde was
maar dan kan men rekenen op Guy Plas
die alweer de reddende engel was
na het spel een verfrissing en 
allemaal terug het busje in: richting” thuis”
                                                                  ————
Wat is werkelijkheid, het hangt
er van af in welke spiegel men kijkt
ik heb je gebeld
je leek een beetje afstandelijk
de jaren knagen aan de geest
de herinneringen krijgen geen
vat op tegenwoordige tijd
het ebt weg als een
terugtrekkende zee,
sleurt oude gevoelens
en de parels mee

het baart me zorgen
de tijd dringt, wanneer
pakken we onze bagage
en zetten alles klaar
wachten af

tot de dag van afscheid nemen
De tijd draait op de 
scharnieren van de eeuwigheid
en tussenin een opkikkertje
een spektakel, een musical
vol vrolijkheid, we keken
er naar uit – mama mia
wat was het mooi

de schouwburg gereserveerd
voor de senioren, een nok-volle zaal 
een uitbundig meegaand publiek
een zicht over grijze hoofden

het was de muziek uit een vroegere tijd
herinneringen hingen er aan vast
gekende acteurs – gekende gezichten
maakten van dit alles één grote familie 
en ik had niet verwacht
de vriendschap die naar je lacht 

Het regent pijpenstelen
en dat in augustus
de tuin ligt er troosteloos bij
geen vogel in de lucht, voor
de nattigheid op de vlucht

ik zit voor mijn p c
mijmerend tuur ik door het raam
donderkoppen onheilspellend dichtbij
frustratie komt eraan door al die
narigheid,   waar kan ik het kwijt

alleen op papier – in een gedicht

in de donkerte enig zicht
komt er weer wat licht
De zon straalt door
de bladeren van het bomen-dek
een spel van licht en schaduw 

een kleine spin komt
als gezelschap ongelegen
loopt over alles heen
ik flits ze uit mijn buurt
dood moet ze niet

stilte : ik houd de adem in
niet één duif, niet
één meeuw op de dakrand

de koffie wordt klaargezet
het einde van de dag nadert
de zon perst haar laatste
stalen uit, kleurt de horizon
waarin de dag verdwijnt

en zo is er weer een dag
van ons leven voorbij 
Mijn woorden waarmee alles gezegd is
hebben geen nageslacht
het duistere labyrint der zinnen
vergaat in zwarte grond, in
open lucht die mij het leven gaf

mijn gedachten leggen zich
te rusten in verre horizonten
een waaier van kleuren die ik 
zo begeerde op alle fronten
elk jaar opnieuw en anders

het springtij van de lente
het afscheid van de zomer
de herfst in geur en kleur
zet de winterschoenen klaar
voor het witte veld van 
Vlaanderens vlakke land
waar ik met vreugde ben beland
Rijpe vruchten buigen de bomen
de zon staat in de deur, de dennen
vol van geur, niet zo jong meer
nietszeggend staren we de dagen voorbij
voorbij de grens van de verwachting
achter een wereld van verlangen
waar de pijn en het verdriet is blijven hangen
waar onze herinneringen huizen
achtergelaten jaren die we vergeten
en onze laatste wegen kruisen
van wat gisteren was
hebben we de herinnering
wat morgen komt blijft onbekend
we zijn in een tijd ons nog toegewezen
en toch blijven we maar even
een schakel in de eeuwigheid
met elk zijn wisselende eigenheid 
Luister naar de bomen
in de stilte van de tuin
takken hoor je wiegen
het vallen van een blad
de herfst hangt in de kruin
ook de kleur is weldra bruin
straks staan ze in de kou
worden belaagd door hagel en wind
tussen het gele blad nog een eenzame kauw
de laatste zitjes bezet op een late na-zomerdag
tot algauw alle stoelen worden binnen gezet
Niet elke dag is optimistisch gestemd
niet elke nacht legt zich in de wolken

ik wil uitbreken, het
denken onvergelijkbaar
met de angst voor late dagen
het leven stelt zich nog te mooi
als het spel der wolken
wit en grijs met gekleurde tinten
aan een blauwe hemel-zee
ze drijven langzaam aan het oog voorbij
spelen het spel van licht en schaduw
over ons Zijn op de levenszee
ik stort me ongeremd op de
kleuren van de regenboog
de rozen die ik heb verwaarloosd
die eens met geur en kleur mijn
palet hebben besmeurd wanneer
geef ik ze nog eens de voorkeur
Verdorde bladeren dwarrelen
langs mijn ziel, ik had van dit leven
te veel verwacht, na de stille jaren van
onkundig wezen, onstuimige levensdrift
uit de voegen vooruit gedreven 
in toekomende tijd niet vlug genoeg
met vermoeide stappen de dromen
op de loop betrappen
men wordt geboren om te zijn 
en achten ons gelukkig als
het niet afgebroken wordt in pijn
tussen heden en verleden
de kloof ontstaan die de som
heeft gemaakt van ons bestaan
De zomer houdt het voor bekeken
geen hittegolf, geen record meer te breken
— 
de herfst zet zijn petje op, bomen
worden kaal tot op het bot, de
najaars-wolken zwellen aan, de
schaduw valt als een koel gewelf
in ’t avondland waar rust tot stand
is gekomen, als de storm van
’t leven is afgenomen
Het heden is mijn houvast
ik leef nog even fel
de vervoering van de zinnen
ziet ui het zwart van de nacht
een roos verrijzen
in de tijd van het ogenblik leven wij
straks zal er geen tijd meer zijn
de eeuwigheid is nu
de uren, ze vergeven het je niet 
de uren, die de dag ten einde slijt
de dagen, die het jaar
ten einde knagen
als we ons leven niet
waardig verder dragen
—————————————-
  Mijn adem ben “ik”
  in het Zijn van het ogenblik
  het weten dat het eenmaal stopt
  langgerekt in jonge hoop
  bij lang leven kort gebonden
  met gehavende woorden 
  het hart verminkt, dat
  kloppend de adem stokt,
  wat achter blijft in rustige
  diepte verzonken, met het
  besef dat het eenmaal stopt
 —
  is de adem levenslang
  mijn metgezel geweest

Een rode zon zinkt in een blauwe zee
de baren wentelen in de lichte bries
verlaten de kim van azuur
door de vingers glijdt het fijne zand
verdwijnt in de mengeling van mijn
verstand, de bakermat van mijn bestaan
is in tijd van onrust verloren gegaan

de tijd kent geen gena, ook
ook niet waar ik woon en besta 
als je me niet meer weet te vinden
zal ik er niet meer zijn, mijn laatste
woorden zullen op mijn P C staan

alles wat ik geschreven heb is
door mijn hoofd gegaan, eens
zal het ophouden te bestaan, de
afstand van de bron tot op heden
was een leven vol beleven

elke ochtend bij het ontwaken
kan ik blij voor mezelf zijn
onverminderd zal ik er over waken
dat God aan die gunst niet zal raken