Sketches of my life second part…

Bij nanoen zie ik ze zitten
de vogeltjes kwetteren bij de
fontein aan de oude waterbron, 
vleugeltjes in ’t water spetteren

een kwakende kikker is een kijkje gegund,
een vlinder fladdert van bloem tot bloem,
heeft hij het op de nectar gemund ? hoor
ik daar een bij?…het lijkt wel gezoem

er wordt over Cupido zijn hoofd gelopen, een
pissebed komt vanonder de steen gekropen,
een spin kan nergens haar web beginnen
kan beter ergens anders gaan spinnen

de nanoen geeft een goed gevoel
tussen al de bloemen in het groen
de natuur weet wat ik bedoel, door
dat goed gevoel in de nanoen

De natuur werkt ijverig, een
nieuwe lente aan ’t lanceren, het
groen tapijt wordt uitgespreid
bomen een nieuw kleedje gepast
de winter is vertrokken

op zijn natte zokken

in klaar gepoetste plantsoenen
duwen bloemknopjes zich een plaatsje
winter-slapers nemen een kijkje 
geen onraad te bespeuren, laat
hun ondergang nog niet gebeuren
de merel is alleen op pieren uit
maar zonder regen een povere buit 

het jonge groen herinnert
me steeds aan toen, aan

mijn eigen jonge leven waar
nog zoveel stond te beleven 

Op een zomerse dag
kuierende langs een weide-pad 
zie ik een berm vol bloemenpracht
verrukt kijk ik ze aan, voor
geur en kleur blijf ik staan

ik wil ze niet verwennen
door al hun namen te kennen
ze blijven wilde bloemen,
vergezellen ons in bos en weiden
tussen koren en graan laat ik
me verleiden, en vernoem ik
alleen de naam…papavers zo rood
korenbloemen blauw en ’t wit
van de fiere margriet

Als de lente komt de
bomen staan nog kaal, maar
wat hoor ik in ’t verhaal
de vogels vliegen aan

weg met de vorst 
zingen ze uit volle borst
de tijd gaat ons te vlug
het krokusverlof pas voorbij
is het nog geen paas-verlof ? 

ik kijk naar buiten
met speurende blik
en op een morgen
bespeur ik het groen
dat boven de daken
van de stad uitsteekt

elk jaar een beetje hoger
elk jaar een beetje groener 

Het is aangenaam vertoeven
onder het jonge groen dat speels
in de bomen beroert wordt
door een zacht briesje

de merels fluiten er lustig op los, de
avondzon stort haar laatste stralen uit
op gevels en plantsoenen, de avond
valt zichtbaar over het jonge groen

hoe zal de dag van morgen zijn ?
men moet er van genieten
anders zijn we het niet waard
op deze wereld te zijn en zullen
we nooit weten welk voorrecht
we hebben bezeten 

Een merel fluit zijn mooiste lied
ik hoor hem, maar zie hem niet

het heeft geregend
oh, oh, …….
een vette pier in ’t gras

voor de kleine bekjes
hij vliegt langs de zon
recht naar het nest
verscholen in een boom
dik van blad, geen zicht
voor groter bekken

de natuur bezit zoveel facetten
in evenveel soorten, genoeg
om in de verf te zetten, ik
schud mijn geheugen
en geschilderde woorden
vallen op het blad 

Laat me even in de zaligheid van de
stilte, het kleine vogelgezang  bereikt
mijn oor … de pimpelmeesjes, nietig
naast de meeuwen en kauwen,
en toch niet bang

met de lentezon de winterzon
verbannen, alles groeit en bloeit
bijna alles, in fris en jeugdig groen
weldra de rozen op hun best

de stilte is een must
genieten van alles om je heen
om te komen tot volledige rust
geluk dat we nog hebben
laten doordringen tot
in het diepste van je hart

dat kan alleen in de
stilte om je heen 

Een dauwdruppel is de
schoonheid van de ochtend

tot de middag onverwacht
een druppel-glimlach de 
dag een zonnig tintje gaf

ik zweef door mijn gedachten met
jeugdige overmoed, gevoelens
maken geen onderscheid, ik leef
een leven van genegenheid

           Ik heb het leven nog in handen
           Verlangen staat nog fel te branden

           Geloven van blijven in het zijn
           Zonder klagen over jaren en pijn

           Opgezweept en dan weer neer
           Ik grijp de vlam voor ik verteer 

Een toegestoken hand
een teder gebaar, een
warm gevoel, een smeden
aan vriendschap

men voelt het, het stroomt
door de aderen recht naar
het hart dat zich open stelt
” doch “
een droefenis treft je, iets
dat ontbreekt, laat zijn
sporen na, twijfel rijst
door achtergebleven
” herinneringen ” 

Op de huid rijgen de parels
zachte aanraking van strelende
vingers, gevoelens sereen beluisterd
in de fantasie van ingebeelde taal

in de schaduw van het oog is
men bewust van het verhaal
het hart verteerd door passie
in de greep van averij

werkelijkheid of fantasie, een
snaar die wordt bespeeld door
de geest van eenzaamheid 

gekoesterd…..en onbeslist verdeeld

Het komen en gaan in
diepe stilte omsluierd
het ogenblik, water dat
zijn weg niet meer vindt
langs de baan van het oog

het hart uitgeknepen, een
spons van verdriet, en geen
rust gegund, na moeilijke
jaren van overleven

bloed dat niet meer stroomt
in gebroken vleugels

gaat er nog enig licht stralen
op resterende jaren, op
zoek naar de kiem van
verborgen vriendschappen 

een bron die zich een weg baant
uitmondt in genegenheid, een
delta van gelukkige momenten
waar het hart voor open staat 

Het mooie in het leven is
iets om naar uit te kijken
om naartoe te leven, er
staat geen leeftijd op, een
verlangen naar vriendschap
een reikende hand, zo
gewoon en zo schaars

in de stilte van ons denken
kan men er over praten
maar van mens tot mens
zij alleen die elkaar begrijpen

de plek die we hebben gekozen
geeft ons de nodige rust het
getormenteerd lichaam met
hart en ziel een plaats te geven

een nest in een andere wereld
waar warmte en vriendschap kan
overleven zoals in ” Hof ter Beke “

De kleine dingen van ’t leven
laten we ze niet vergeten
de wonderen van de dag
ze worden ons gratis gegeven 

in ogenblikken van stilte blikt
men terug op vroeger tijden
op de momenten van vreugde
geborgenheid en liefde

naar het einde toe van ons leven
mag men het niet opgeven
het heeft nog zoveel te bieden
er is nog vriendschap en liefde

het zijn de kleine dingen in het
leven, die ons nog de vreugde
geven, laat ons dat niet vergeten 

Als veldbloemen uitgezaaid
door wervelwind weggewaaid
oogstrelend mooi
eenvoudig, vergankelijk

gekwetste ijdelheid
geplukt uit het verleden, gaat
door een gehavend geheugen 

een trotse houding
de wil te verbergen
knaagt aan de realiteit hoe
het leven nog zin te geven

een moeilijke aanvaarding van
onkundig wezen, onhandig
in taal en daad, dreigt het
normale te ondermijnen 

Als de ochtend nog sluimert
in de armen van de nacht
leg ik mij nog even te soezen

mijn beestjes tuimelen 
van de zetel-rug omlaag,
het koala-beertje blijft slapen 
leeuwtje kijkt verwonderd
beertje trekt het zich niet aan
en de hond valt op de grond

ik zet ze naast mij op één rij
en sluit een verbond

een flauwe zon komt even langs
blijft ze, of blijft ze niet, de
meeuwen eveneens van de partij
bezetten agressief de dakrand 

elke dag een andere
voor mens en dier
te genieten met plezier 

In mijn dromen sluipt een gedicht
ik zag je op een dag, dat niemand 
komt, verlangen stijgt ten top 

drijf me niet tot het uiterste in de 
eenzaamheid van mijn gedachten 

gevoelens ongeuit verpulveren de
eenzaamheid, laat ze ontsnappen
niet opgesloten in mezelf

ik leg de eenzaamheid in trouwe 
handen,  grijp ze en breekt ze,
zodat mijn hart het licht aanschouwt,
ongeremd en vol dankbaarheid,
laat me nemen en geven in
de tijd die nog komen gaat 

Een frisse ochtendzon
schuifelt door het raam dichterbij
koestert nog even een wilde droom
met zacht geweld de nacht voorbij

in de armen van diezelfde zon schrijf
ik dit gedicht door vriendschap ingegeven
denkend aan jouw lachend gezicht
met blik van zachtheid weergegeven

de hoop in ’t leven, nog jaren van bestaan
de vrijheid die nog de vreugde biedt
een arm om de schouder te slaan als
men alle pijn uit het verleden aan een
vage herinnering heeft afgestaan 

Als uit de lucht
valt het plots
onvoorbereid

het moment niet te bepalen
de kracht op te halen
om nog lief te hebben

de tijd van ons aanwezig zijn
spaart geen mens van leed en pijn 
en toch ontmoet men eens
de juiste vriend
die je na een druk bezet leven
de rust kan geven die je verdiend 

We twijfelden nog
maar geven het een kans
leeftijd is geen bezwaar
we houden van elkaar

er openen zich nieuwe perspectieven
elke dag naar ieders believen
we zien het in verre horizonten
blijven niet honkvast gebonden

in onze nieuwe thuis
zover van het oude huis
streven we naar levenslust
tot de oude dagen zijn geblust

Met twee jij en ik
wat houdt mij in de ban
een jonge liefde in oude dagen
daar geniet ik nog van 

gearmd door de stad
de benen iets wat stram
langs een ” terrasje ” naar de tram
daar houden we nog van 

een etentje voor twee
in de ” Dikke Mee “
een wandeling in ’t park
de eendjes lopen mee

we lachen, hebben veel plezier
zonder groot vertier
soms plannen we een reisje
en houden het per slot
toch maar op een ijsje 

de gezelligheid is te smaken
door samen van ons leven
nog iets leuks te maken

Gaat oude vriendschap nooit voorbij
een nieuwe kan er altijd bij
voor jong en oud is
vriendschap zo goed als goud

ik leef een mooie droom
in vriendschap en liefde
en hef soms het glas
op wat ooit eens was 

maar nu op elk moment
van vreugde en jolijt van
een leven in de tijd die niet
lang meer de onze zal zijn

daarom liefste hef met mij
vandaag en morgen
het glas zonder zorgen 


Waarom ik schrijf ?

het denken in mijn hoofd bedrijf
het is zo dankbaar en oprecht
als ik aan een mooie vriendschap denk 

de jaren houden je gevangen
in laatste dagen van verlangen 
de tijd is bijna op, wanneer
zegt de tijd stop ?

veel woorden zijn niet nodig
gevoelens komen beter over s’ avonds
na een concert niet alleen te zijn 
op de tram of de bus van de lijn 

Zachte dauw
valt op mijn gepijnigd hart

de aarde en het leven verfrist
in de opgaande zon
het begin van een nieuwe dag
zal hij anders wezen

als jij er niet meer bent
herinner ik mij
het intiem beleven
van het samen zijn 
het kostbare bezit
van vriendschap, maar
o zo broos op scherven gericht 

De rust die straalt uit omfloerste ogen
het leven niet over rozen gegaan
gekwetste zielen aan de rand van overleving
er leeft een lach van erkentelijkheid
hier heeft men geen verantwoordelijkheid

===================

de naakte tak van een boom
strijkt langs de wang in de late
warmte van de winterzon
zie je de ragfijne zilverrand
het werk van een spin

de wind fluistert over de kleuren
van de overgebleven weideflora
een beetje schoonheid dat overblijft 
herinnert aan ieder jaargetij

we zijn er met de jaren doorgegaan
een leven van nemen en geven
hebben we te veel laten gaan?
en…..misschien te weinig gedaan

laat de laatste warmte van de winterzon
nog even strijken langs de wang

Van ver gekomen
het lot niet ontlopen
op de weg van het leven
is geen paradijs geslopen

jij die nog geboren moet worden
in de pijn van het aardse zijn en
 overnemen ons enig welzijn
in mijn ogen troebel is het zicht 
daar waar ik mijn blik naar richt
zie ik mijn einde met rasse schreden komen 
in samenzijn of eenzaamheid
ben ik er op voorbereid

Leef nu en stel niet uit
morgen is te laat, en pluk
vandaag de roos des levens

men plukt ze gepareld
waterdruppels als kristal
en loopt ermee te pronken
tot ze nijgen naar de dood
de geur bereikt je ziel
maar ziet of voelt het niet

nu ligt ze op het graf
de roos waar jij zoveel om gaf

Laat je hart de rust hernemen
een paar woorden te veel
niet gezwegen
ze maken het verschil uit
voor een belangrijk besluit

de roep van het hart
de schreeuw naar warmte
woorden die men de vrijheid liet
ze nestelen zich in de geest
wentelen zich in leedvermaak

wanneer gaat men begrijpen
dat de dagen zijn geteld, het
zuinig omspringen met mooie dingen
een duurbare vriendschap niet snoeien
wederzijdse gevoelens laten groeien 
de bloei in de knop niet versmachten
laat ze in een nieuwe lente open barsten 

Zoek de stilte in uw wezen
de stilte van je hart,

daar voelt
de rust weldadig aan als men
alleen in zichzelf kan bestaan

in de schaduw van het ” zijn “
schuift ons leven zijn einde nabij

vermoeide vleugels schrijven een gedicht
van door de wind meegevoerd verlangen

gestrand in de kloof van heden en verleden
snelt de tijd ons vlug voorbij, eenmaal de 
grens overschreden, aanschouwt men de
eindmeet van een leven in het heden en verleden

De straten stil,
waar kerkklokken luiden 
de lucht in avondschemering
aan de einder een rode gloed, waar
de zon zich nestelt in haar warmte
—————————–
kaarslicht en gekleurde lampjes
mengen zich in mijn gedachten
weer een kerst in vergezicht
als herinnering de mooiste,
waard om te worden belicht

de feestelijk kleur en geur
die dagen door kamers zweefden
kinderen met blinkende oogjes
die de pakjes onder de boom bestudeerden
gezeten op de grond voor de open haard
in de gezellige kamerwarmte waar
vader – moeder elkaar omarmde

Wanneer mijn hart is bezeerd
vind ik troost in mijn gedichten
de mooie momenten van liefde
in stilte geschreven met
de pijn die is gebleven

de littekens van mijn verleden
zijn duidelijk zichtbaar, ze
verraden mijn leeftijd
mijn angst en gebreken 

en toch moet je verder met je leven
al is het ook nog maar voor even 

Verdwenen in de schaduw
van hoopvol beleven, de
schijn opgehouden in het geloven
ontglipt aan de werkelijkheid

men moet aanvaarden
aan verwarde geest ontsproten
het lijdend voortbestaan
van gekapseisde gevoelens

zal men zichzelf herkennen
in de moeilijke ontvoogding
van de verwarde geest, waarin
men de stille berusting leest 

men kan niet meer de draad
opnemen van het vroegere leven
uitgerafeld door pijnen en kwalen
is het in de vertakking verdwenen

Niets dat blijft, de
zomer lost zijn greep
de laatste bloemen toveren
hun evenbeeld op de natte
vensterruit, ze druipen op de
vensterbank, vergaan in
water naar de sloot

waar zal ik jou nog vinden?
in warme uitgewaaide winden

de angsten losgelaten
liefde die we nog vergaten
de jaren opgebruikt, razen
we snel naar het onbekende
ieder naar zijn eigen ” ende ” 

De zon schiet uit haar nachtgewaad
boven de ontwakende stad
           een rode gloed kleurt de hemel
           ’t is herfst
straten lopen vol, de
schoolbus begeeft zich op weg 
      ……. langs de snelweg
      ……. raast het verkeer
      zich de nieuwe dag in 

al vlug nestelt de zon
zich op de vensterbank
de planten neigen naar de
warmte, wat een weelde
ja………..wel,
als men het rustig kan bekijken 

De vogelmarkt en leuk beleven, de
schouwburg als decor, zo is er maar één
de markt van de honderd nationaliteiten, en
zonder twijfel met de meeste specialiteiten

vogels fluiten……..papegaaien tateren
kippen kakelen
een haan te laat met zijn gekraai

een grapje aan een prijsje
alles is te koop

naar de taal heeft men soms te raden
maar welke marktkramer heeft dat 
niet gauw in de gaten

het meest gehoord is Hollands
sinds de invasie van 1970 niet meer
aan te ontkomen, de sinjoren lappen
het aan hun laars, want daarvan
komen de meeste wandelaars 

onze noorderburen zijn het gewend
Antwerpen is hen oh, zo goed bekend 

Hij, kalm en rustig
Zij, een spring in’t veld 

het zijn vrienden met een hart
ze horen bij een leven zoals wij
in termen van ach ja…ze worden oud
door ons nageslacht nagegeven

ze moesten het eens weten
we zijn er nog, en hoe
bijna iedere dag op stap, er is
nog zoveel te zien en te horen
te veel…..in Antwerpen en elders

een agenda vol – schappen, vervangen
tussendoor een verkoudheid
alles glijdt langs de tijd de ruimte in….
dat zijn we dan weer kwijt vandaag….

en morgen is een andere dag….. 

Gedichtendag 2008

de fakkel overgedragen
van dichter aan dichteres
de verwachtingen hoog gespannen 
Bart Moeyaert een spraakwaterval
genadeloos onweerstaanbaar

tot Joke van Leeuwen ten tonele verscheen
haar voordrachtkunst en acteertalent
in stille bewondering, om bij stil te staan

het gedicht in de muziek
welk genot en romantiek
geen sprake van opstaan
gewoon over zich laten gaan

de laatste tram bijna gemist, even
denkend aan Herman de Coninck
het gedicht dat hij over tram elf schreef

de wedstrijd was een eerbetoon
aan een Antwerps dichter
die helaas niet bleef

Onverwacht en niet gedacht
mijn hart springt over van verdriet
voor mijn kleine hond die ons nu al verliet
geveld al spelend in de tuin
hij heeft de ochtend niet gehaald
de eerste zorgen hebben gefaald

zijn hondenfamilie nam afscheid
zoals het hoort,en die hebben we
de ganse dag niet meer gehoord
ze waren er zich van bewust
dat de kleine zijn leven was geblust

in de tuin ligt hij begraven
daar waar zijn pootjes het begaven