Jeugd perikelen

Achter de muze in het morgenlicht
Zit een minnares verscholen

Ze laat vlinders los in doorschijnend zicht
Met vlagen op wulpse winden naar het bos

Ik kan het niet verholen
Ik verdenk Sappho van Lesbos

==============

Het bericht bleef uit
Noch steeds eb en vloed
De tijd neemt een besluit
En tempert vreugdegloed
De cirkel is doorbroken
Geveld door breuk en ongemak
Geen woord de kans ontloken
Om verleden en heden te smeden

 Vogels zingen vrolijk
de stilte uit de ochtendmist
de weide pas begraasd
zinderend van wit en geel
licht deinende naar het dal

Wat is de herinnering aan dit al
een zorgeloos leven uit de vorige eeuw
er over spreken heeft geen zin
ik had je lief, er kwam een ander
de trage wenteling van bestendigheid
is als de pelgrim die van verre kwam

Een lucht vol wit licht
schemering door kleine ramen
tussen de rozen aan de muur
de wind speelt door de bomen

een leeuwerik zingend stijgt verloren
ik fluister je naam tegen de velden
ze kennen je niet meer
jaren hebben ze gezwoegd
ze zijn moe en verliezen de moed
om verder veld te wezen

de zon verliest haar kracht
motregen waait in mijn gezicht
ik haast me, in gedachten naar het
huis waar de koffie staat te wachten

Achter weggenomen lijnen
van een omtrekloze ruimte
wandelen gedachten
door een ander leven

vele jaren later begreep ik  
dat hij mij had liefgehad
het beeld verlaat de duisternis
mijn hart volgt het pad

stoort een wilde bloem langs de weg
vergane schoonheid langs de heuvelflank
in de verte gaan de lichtjes binnen
en sluit de droom om te bezinnen 

 

 

 


In lentenachts-dromen verschijnt
de liefde om weer te verdwijnen
onvoltooid gaat het leven verder
zonder ruimte voor
ontdooien en ontplooien 

 mijn herinneringen zoeken
naar bloesem in verdorde staat
waar de deemstering van het
leven zijn sporen laat

Een gedroogde bloem in een missaal
het heimwee van een mens die mint
waar droom begint, beslaat de ziel
in een met dauw omfloerst verleden

Het hart versnelt zijn slag, en de 
herinnering verhaalt het verleden
raakt de fijne snaren van warmte
en liefde tot op heden

Een gedroogde bloem, eens een fris
viooltje, zelfs een edelweiss verlangt
naar frisse groene alpenweiden, daar
waar ik intens genoot zonder zorgen
de kracht ervan meenam voor morgen

Onverwacht en niet vergeten
in de gaten van ons verleden 
dat we koffie dronken
de trein der vertraging
nog even weggebleven 
——-
Een verre vriendschap
                                     een handvol gedachten 
wat kan men verwachten
——
Nog juist een handgebaar als
afscheid dat niet kan wissen
wat we weten van elkaar
——
De innerlijke onrust uitgegroeid
tot een samenhorigheid van
ieder zijn eigen verhaal
de trein  der vertraging  heeft
 zijn eindstation gehaald

 

Je kent het kleine kerkje, het ademt
zweet uit zijn oude poriën, enkele graven,
mensen daar begraven en de boom
die het plekje overkoepelde 

het koor, de zangers, de misdienaars
alles nog goed in het geheugen geprent
we hebben nooit de kans gekregen
onze jeugd ten volle te beleven 

kleine dingen, zoveel herinneringen
liggen in dozen te vergelen, omdat
men er geen afstand kan van nemen


Opgedragen aan
twee fijne jeugdvrienden

uit een klein Brabants dorp waar ik
enkele jaren heb vertoefd 

Het was oorlog en wij tieners
geen vuiltje aan de lucht
we fietsten naar school, gingen
zwemmen in de vaart en in de
winter baantje glijden op het ijs

vriendschap en jeugdliefde 
hield ons in de ban, fietsen
was onze favoriete bezigheid langs
uitgestrekte velden en weiden

in de schaduw van een boom
gezeten, uitgerust en bij-gepraat 
de boom gemerkt met hart en namen 
seizoenen gingen en kwamen

de gevolgen van de oorlog drongen door
mijn ouders zochten andere oorden op 
de scheiding werd een feit

in gedachten bewaar ik levendig
het aandenken aan mijn eerste vriend
en eerste lieve jeugdvriendin
uit Hofstade in het jaar 1941
——————————-

Als dauwdruppels opgevangen
als parelende wijn gedronken

tranen die over de wangen rollen
liefdes herinneringen verdronken

weggenomen armen, de omstrengeling
uit het verleden heeft de kans verkeken
woorden die onbegrepen verloren gingen
verdwenen langs ongekende wegen

Vaarwel
mijn vriend, ik moet nu afscheid nemen
ik heb geen betere als jij gekend
ik was te trots, door liefde niet verwend

Geen nacht was mij toegestaan
Misschien had ik de dorst verstaan
Een mond die drinkt van ’t leven
Lippen die trillen en beven
Een liefde die van hoger kwam
Het lichaam in de armen nam
Te vlug is ’t leven mij vergaan
Nu staar ik het einde aan
Vaarwel, waar je ook bent
Had ik je maar beter gekend


   Als ik van schoonheid schrijf in dit gedicht
denk ik weer aan jouw bemind gezicht

   Ik wil niet dat ze mij vertalen
in al de schoonheid van uw verhalen

   Al is het eerste woord nog niet geschreven
en alle anderen in mijn keel gebleven

   Vervuld van liefde zijn mijn gedachten
laat mij nog één keer reikend smachten 

   Al zijn de herinneringen lief en teer
een weerspiegeling, de jaren van weleer

   Door het afscheid leeft het hart in pijn
dat altijd een stukje door jou bezet zal zijn

   En nooit vergeet het beminde gezicht
met liefde beschreven in dit gedicht 

In vogelvlucht

de inhoud van mijn eerste
bundel maakt me week
ik lijd aan overgevoeligheid
liet vrienden achter

samen stonden we op het perron
samen namen we dezelfde trein
samen doken we van de berm
wanneer de trein stopte
voor het motorgeronk in de lucht

kleurloos was mijn jeugd niet
maar teveel afscheid moeten nemen
veroorzaakt leed, gepijnigd
niet te vergeten

Waarom zijn we niet bij elkaar gebleven
eens streelde je met ontroerend gebaar
de mond, de handen die zochten naar elkaar

een bestaan ver uit elkaar
ver van de streek die ons zo vaak genas
alles was kortstondig en toevallig
ook als we ons lieten vallen in het hoge gras
starend naar de blauwe lucht

hand in hand
hadden we een sterke band,de
omstandigheden hebben het bedacht
dat we elders zijn gestrand
ver uit elkaar- dag en nacht

De warmte van je lippen
De streling van je vingers
De aanraking van je huid
Het verlangen dat de pijn overtreft
De stem in uitgesproken zacht gebaar
Een oogopslag – een rilling
—————————– 

De wind neemt alles mee
scheert de woorden van het blad
verspreidt en vergeten
er blijft niets van wat ik eens had

het verre is lang voorbij
hier liggen de gevoelens te wachten
gaan niet meer op en af met het getij
doven niet in de donkerte der nachten

bijna onzichtbaar op het lege blad
één woord ” liefde ” dat de wind vergat

Je bekeek me zo lang en innig
dat ik je blik niet kon weerstaan
 
mijn ogen werden nat
wat na zoveel jaren een blik vermag
het leek een eeuwigheid geleden
en toch maar een halve eeuw voorbij

we waren jong en namen afscheid
ieder zijn eigen toekomst tegemoet
men mag niet spreken van spijt
de toekomst heeft zijn eigen beleid

veel te snel klopt  dat hart van mij
bij herinneringen zolang voorbij


 

Hoe ver je bent, je bent altijd aanwezig
het voorjaar schittert op zijn mooist, nu jij
bij mijn weggaan de droefheid voelt

het was of ik vluchtte voor je smeekbede
de tranen die mijn leed verzachtten
zijn voorgoed in mijn hart gebrand

ik heb de liefde geen kans gegeven
 keek je even aan wat me berouwde
het werd een deel van mij

mijn leven ging er onder lijden
had ik niet achtergelaten wat
ik eens als mijn geluk beschouwde

Mij rest noch portret, noch brief
wat ik weet breng ik samen
in simpele verwoording

vriendschap en bezinning
zetten een stap naar harmonie
in mijn te woelige herinneringen

wat onbereikbaar was
is nu voor beiden het gemis
een snaar beroert de gevoeligheid
van lente tot het herfstgewas
ver van elkaar in onzekerheid

in de rust van late dagen
aan de rietzoom van de stroom
vergrijst de morgen in heldere geest
in gedachten herleef ik zonder schroom
de nacht van
  de mooiste droom

 

 

 

Ik weet dat ik je niet weervinden zal
de plaats waar jij afscheid nam
zonder onrust, zonder meelij
in de armen van de tijd voorbij

soms keert het weer
in ’t wankele bloed der voegen
het leven gaat door dag en nacht
niets heeft er op ons gewacht

maar door de nachtelijke stilte
beweegt het beeld in de schaduw
van mijn geheugen
het verleden herleeft

—————————————————-

Het licht deinende water
gestreeld door een frisse bries
doet een herinnering herleven
na jaren hebben jouw woorden
me weer verontrust

tracht de nacht een ring
rond mij te smeden
na de gebluste brand
van de milde avondzon

waarom in een gedicht bestendigen
het zal zich blijven herhalen
in rukwinden vertalen

==================

Een doorsnee herfstdag
een verbluffend weerzien
nat ging in de ogen staan
door de wijn, of de emotie

herinneringen uit onze jeugd
ze waren aandoenlijk en naïef
weet je nog dit
weet je nog dat
en was er geen oorlog gekomen
was alles wellicht anders verlopen

het afscheid deed even pijn
en na een vluchtige kus
wuivend naar elkaar
elk met eigen gebaar
——————————————-   

Een weerzien
dat geen traan weerstond
een druppel te veel die de
beker doet overlopen
jaren samengeperste herinneringen
met doodgezwegen gedachten
van een leven in liefde en harmonie

men heeft gekozen voor een goed leven
een ommekeer, door de gevolgen
van de naoorlogse weeën

een beslissing na rijp beraad
misschien te vlug, was het wel de juiste
op de wankele brug van ’t leven
die geborgenheid moest geven

zal men het ooit weten?

Ik koester je beeld, je naam
in gedachten zie ik me terug
bij zacht ruisende bomen
luisterend in de ochtendbries
naar de roep van de nachtegaal

je sprak fluisterend
als van uit een neveldal
het vertaalt zich in heimwee
naar die mooie lentedagen

voortaan zal winter mij omgeven
maar je beeld en nagedachten
zullen in mijn herinneringen
met warmte overleven

                                                                                                                                                                                                                                 

 Uw liefde heeft gezwegen
dekt als sneeuw het leven toe
alleen de krachtigste kiemen
in een nieuwe lenteregen

geeft het woord de sterkte
om het zwijgen te doorbreken
weer leven te geven en
offeren om het te beleven

gaat men door een dal van tranen
voor de liefde zijn kracht besteed
om in ’t leven niet meer te falen
en de resterende jaren te halen


Nacht van verlangen
ik kan het niet vergeten
mezelf heb ik versleten
in dalen van rusteloos denken

verlangen roept jou toe de
echo gaat ver over de bergen
mezelf ben ik kwijt
langs dal naar sterven

de oude boom geveld
perst zijn laatste adem uit
met naam en hart gekerfd
met schors en nerven uitgeteld

een stukje herinnering… sluit


De brief van jou
in een boek gestoken
hij ruikt oud maar goed bewaard
vele jaren scheiden ons

ik kus de letters
van het schone schrift
je schreef geluk,
ik heb je lief

een fluisterwind neemt
mijn verlangen mee
zweeft door de lucht
zweeft langs ruisend riet
over water en velden

vertellen wat ik niet vergeet
het boek met de oude brief

 Als de zin zijn woorden heeft gevonden
kan men werken aan de wonden
geen volmaakt leven achtergelaten
in eigen wereld machteloos verzonken

de woestijnroos onttrokken
aan het licht achter de helling

een liefde ongewild verborgen
in koude dagen warmte gaf
die het hart zo nodig had

teruggetrokken in een doolhof van verdriet
die doorloopt……..geen einde ziet

Tussen papaver-rode velden
de scheut van een els, streelt
de wang in de laatste warmte
van de avondzon
beroert de ragfijne zilverrand
het werk van een spin

de wind fluistert over de
kleuren van de weideflora
een beetje geluk dat overblijft
herinnert in ieder jaargetij

een liefde uit mijn prille leven
werd me niet de kans gegeven

Koude winterdagen
donkere zomernachten
verdwenen liefdesnachten

geen erkenning in smeulende woorden
geschreven met de losse hand
verward en gekweld van zoeken
naar de kwakkel waar alles begon

ik heb je laten gaan
heb mezelf de pijn gedaan
verscholen in de donkere nachten
houd ik jou in gedachten

Wat hoor ik daar in weer en wind
een stem die ik eens heb bemind
een huivering, een rilling

onzichtbaar in het licht aanwezig
houdt het zich weer, in momenten
met mijn leven bezig

de droom ontgaat
een liefde heeft gefaald
geen velden meer of wegen
waar Eros heeft gezwegen
————————

Jeugd waar ben je heen
Sinds je uit mijn leven verdween
Ik zal je nooit meer weerzien