Intermezzo

De dag gaat open als een gouden roos
waar ik mij aan over geef
hemelblauw hangt stil te zwijgen
geen leegte in aanwezigheid
geen ruimte zal schaduw geven

Hij, waarvoor ik bezweek
ijverig met verf en penseel
ik kijk in ’t stralend zonlicht
van ’t landschap dat is weergegeven
kleur en geur van veldgewas
in eigen ritme van beleven
laat de leegte achter ons
en schaduw die er niet was

———————

De lucht is vol gezoem
tuinen ruiken naar kruiden
in de ogen brandend nat
niet zichtbaar in de donkere nacht

een nieuwe dag kleurt het leven
andere gevoelens, nieuwe hoop
goede muziek treft gevoelige snaren
brengt je weer tot andere gedachten

het leven staat niet stil waar men het wil
de klok tikt verder, de tijd verstrijkt
de herinneringen aan ons verleden
zullen ons vergezellen het hele leven


Ze sluipen in onze dromen met

rasse schreden de grens voorbij
uit de schuilhoek van ons zelf gekomen
het verleden blijft jouw stem herhalen
een woord dat zoekt….om stilte roept

Oude dagen hebben geen adem meer
versnipperen in hoop en onzekerheden

Als mijn lichaam eens begeeft
mijn geest geen raad meer weet
heb ik geen bezwaar dat ze me de
rust
 aan woorden geeft

 

Aan rots geklonken ouderdom
eeuwen onvoltooide erosie
aftakeling, aangevreten tijd
het klotsen van de golven

Een storm die stuk slaat
op ” pointe du Raz ” of elders
grijpt verleden en heden,
sleurt het mee in zee
vogels bezetten de rotsen
leggen hun broedsel  verloren
“beslopen maaltijd” smaakt anderen goed
elk leven deelt in storm,
strijd en ouderdom
van onvoltooide tijd

Door erosie komen steentjes los
drummen naar zee, het pad van
waarheid wordt blootgelegd 
de wind blaast vrees en meelij weg
de wilde roos tussen de stenen van
ruïnes draagt de last van stormen en
geweld die de dagen van vandaag  omarmen


 

 


In een bad van zon
staan de bloemen te dansen
het licht dat de ramen open schuift
krijgt mijn gevoelens klein

wat ik wil is maar schijn
het staat in woorden op papier
wat ik bedenk is ver van hier 
de stilte van de inhoud
is de martelgang voorbij gegaan

mijn lippen kusten lang geleden
de man die mij beviel 
het huis waar jij en ik nu wonen
en mij de inspiratie geeft
bestaat uit vele woorden, klare taal 


De dag vergaat in bonte kleuren
In de tuin hangen zwoele geuren
De hond maakt nog gauw een laatste plasje
Voor de dag zich terugtrekt in avondjasje 

In het vage avondlicht
Tuurt men nog even in de verte
Dan gaan de gordijnen dicht
De dag bijt weer een stukje
Van het leven weg elk etmaal
Rond zijn we onderweg
—————————————-

Door woorden ontstaan
glijden de regels over her blad
als een schaats op glad ijs
verwaaien door wind en regen

ergens zullen ze worden opgehouden
bij jou of elders, zwart en grauw
zijn dood bij het ondergaan
ver weg en verdwenen

de boom gekapt voor het papier
heeft ook zijn tijd gehad
gekweld door wind en weer
schaafde men zijn nerven glad


  In de vleugelslag van stilte
  blijft mijn hart kloppen
  steeds indachtig het verleden
  vol gewerkte jaren, liefde en pijn

  die mijn gevoelens nekte, waaruit
  ik moed en vertrouwen putte
  om me aan het heden te hechten

een grens die overschreden is
angst voor de toekomst
tot voorbij….denken gekomen
nagelaten aan een generatie die
de kwellingen heeft overgenomen 

voor hen die ons zullen overleven
de woorden voorzichtig
zwart op wit geschreven 


Van twijfels die zijn stempel drukte

op de dromen van verdriet
moet mijn ziel genezen

heb ik mezelf reeds afgeschreven
tussen de scherven van woelige dromen
niet te lijmen op losse schroeven
om aan het verlangen te ontkomen

klaart de hemel in vergezicht waar
dromen waken over een langzame
dood van gevoelens die de zin van
het leven om op te geven – vrijwaren  



Tussen eb en vloed op
het strand van Bretagne
in het zand met rode gloed
een idyllische plek om te minnen

als van de lente iets wederkeert
jouw lichaam tegen het mijne
windstil de warmte weergeeft
en het water onstuimig zijn 
plaats inneemt

arm in arm de rust ons geeft
kuierend naar een terras
met zicht op zee, achter glas
verzonken in gedachten

de tijd vergrijst….niet wederkeert
in oude dagen die ons wachten


Wanneer ik mij wanhopig overgeef
aan een schim gepenseeld met
de sappen van het leven

waar liefde niet meer huilen kan,
geluiden verwaaien achter de horizon
zal het wonder gebeuren

herboren worden uit nieuwe sappen
geperst uit de zaden van de toekomst
er wordt gebouwd aan nieuwe tijden
de oude, dat zijn wij, en wij
zullen er niet meer zijn 

                                                                                                                                                                                                                                            
Hoe lang kennen we elkaar
onder dezelfde hemel, dezelfde maan
ik wou dat het weer gisteren was
zomer in de maand mei

verzoening in de geur van
lentetijd,
 het trillen van de
handen
 door de zon belicht
bedolven onder appelbloesem
rust en vree in vergezicht

de jaren dringen ons voorbij
een blik over het landschap
alles lijkt nog even mooi en blij


Later

verschuiven traag de woorden 
handen rusten op de gedachten
van het nageslacht,  het woord
gepind op perkament
 in lege kamers

het huis van ouderdom staat
op vergane grond van ’t leven
zinkt doelloos weg in vergetelheid 
anderen zullen het overnemen

tijd….wat doen we ermee
de woorden doorgeven?
aan de toekomst
van het jonge leven 


NAZOMER

Dood valt de schaduw
op de tegels van het balkon
golven van wind liefkozen,
ontbladeren avondroosjes, 
nazomer die het werk afrondt
in de spiegel van de tijd

samen in eenzaamheid
op een late najaarsavond
met de laatste vogel die zijn
trek naar ’t zuiden voorbereidt
op de laatste golven van 
de wind, die hem naar
het zuiden begeleidt



 

Niet meer dan dat
elk jaar in ieder jaargetij
laat ik mijn gevoelens vrij
in het oor van de nacht
fluistert de wind de geheimen
van lief en leed
in al de jaren die ik sleet

het witte licht van de zonsopgang
glipt naar binnen, geeft een kus
die me sterker maakt voor het verlangen
dat elk jaar in elk seizoen blijft hangen


En dan

schrijf ik met de adem van mijn leven
woorden langs ruimte en tijd
trekken de lijnen tussen zoveel jaren 
dagen en nachten van samenzijn

wanneer mijn adem rusten gaat
in de schaarse uren van de tijd
mijn hart nog steeds zal openstaan
voor een liefde die verborgen bleef
vraag ik mezelf met leedvermaak
wanneer mijn hart die woorden schreef

En toch…..

in al die jaren sterk gekrompen
in liefde en pijn ondergedompeld
een hart dat nog kloppen moet
voor een liefde die nog hopen doet

een beetje hulp aan menselijk leed
maakt vele dagen goed

 

het denkbeeld is oud en achterhaald 

is het?

een arm om de schouder heengeslagen
de warmte voelen van nabij
een mens die je de handen reikt
de erkenning van schamele woorden
een vriendschap die het hart bereikt

ik verheug mij in gebaren
die leiden tot verdraagzaamheid
en waar geen prijs voor moet betaald


 

 

 


Wat kan ik voor je doen

ik heb alleen maar woorden
…….zoals houden van…..
in mijn gedachten verdoken

stiekem heb ik een roos gelegd
tussen de letters
’t geluk van zwijgend samenzijn

de voorbije jaren met ons meegedreven
op weg de monding tegemoet
ver voorbij de bron van ’t leven
van de oude in de nieuwe eeuw.. 

Onrust is nagebleven
een hart omsloten door het zeer
de kwellingen achtergelaten
door woorden niet weggeschreven

het oor trilt van overmacht
door ’t slechte nieuws dat kwam
een koele kilte verdrijft de geuren
de lente moe gebleken
heeft zichzelf forfait gegeven

geen luisterend oor voor vogelzang
geen blik op bloeiend jasmijn
geen zicht door ogen nat van pijn
wacht op de bloei een andere keer


Het leven wentelt onvoltooid
door de ruimte onbewust geleid
door stromingen van dag en nacht
afgestemd op ieders lust en last

het besef, te laat voor hoofd en handen
vrij van banden grijpt men naar het geluk
maar vlug en nog rapper is het ons ontglipt

ik loop mijn eigen leven achterna
vlug en in gedachten…..maar
moet helaas dezelfde weg terug

De witte klippen van Dover
eindeloze jaren erosie doorstaan

de Middelandse zee omringt
door pittoreske stranden
gehard en gebrand door dezelfde zon
een weerspiegeling van het paradijs
een welkom aan zoveel herinneringen

hoelang nog zal men er kunnen
wegdromen en genieten, stress
en andere nare dingen vergeten

Late wolken
wintertijd maakt lentenieuw
naakte bomen laten
hun stammen herboetseren
door de zachte wind

alles dorst naar water van de bron
uit het dal des Heren

ik dacht dat ik je kon vergeten
maar je bent met mij meegegroeid
mooi van verlangen en herinnering
en nooit meer te bereiken

eens als we dood zijn
jij eerst, ik eerst, om het even
gaan onze namen nog een tijdje mee
wat rest: een urne met een beetje as…..

Ik heb geen haast
het werk loopt niet weg
ooit was het anders
altijd het drukke gedoe

het leven ging langs kronkelpaden
versmalde wegen en rechtdoor
passief of lief door woord en daad

je hebt het niet in de gaten
oud geworden genegenheid
de kerstboom moet iets kleiner
samenkomsten minder lang
nieuwjaars-avond  minder heftig
met in het achterhoofd
hoeveel jaren nog

ben ik soms bang?


Het licht van de maan dat

mijn kamer binnenvalt geeft
een gevoel niet alleen te zijn

ik neem pen en papier
en zet het in lijn 

wat voor bestemming
heeft het leven nog

mijn laatste jaren grijpen
naar de stilte,
 mijn poëzie
de vrucht van heldere geest 

de tijd is rijp voor elk woord
de pen passeert in alle sereniteit
wat zet men op papier?
niet al wat men weet of ziet
de herinnering….. het hart en de ziel                  

De maan omwikkelt alles
in een wellustig dècor
duister schuift over
het vers gemaaid gazon
de wind vermaakt zich
in weelderig rankende rozen
rond de liefdes-fontein

Cupido houdt van spelletjes
richt pijl en boog oplettend klaar
maar heeft aan ons geen treffend paar
om een spel van liefde aan te gaan

de herfst heeft veel gebreken
morgen in het najaar van ons leven
zijn wij op weg naar later, om
het leven eenvoudig te verlaten


Van stilte in stilte verzonken
tot straks niets meer is

Zullen we ontvluchten uit onszelf?
bijvoorbeeld: een stapje zetten in Parijs
” place du Têrtre”
zich mengen tussen kunstschilders
en hun frivole modellen 

Ons innerlijk verheugen 
op schoonheid en poëzie
ons uiterlijk verwaarlozen
dat moet kunnen in ’t hart
van muffe zolderkamers
waar de schilder slaapt

maar woont op de plaats waar
toeristen geduldig poseren
voor een portret van een
kunstschilder uit Parijs                                                                                    


 

 

 

Een koperen zon
gaat schuil

achter regenboog-kleuren
door het wisselend verkeer der wolken 

de versluiering, door nevels onzichtbaar
zullen optrekken in ochtend-dauw

ik voel de liefde
verlangen naar elkaar
soms afwezig
of onzichtbaar

zachte woorden
uit de mond gebroken
waarvan de achtergronden
op papier gezet     

Een beeld gegrift in het leven
herinnering die spartelend uiteen valt
hoopvol was het verleden
een strohalm, het houvast
die de wind heeft geplukt  met
koele hand over vruchtbaar land
jaren lopen dood op de weg

waar het stilzwijgen heerst
het beeld dat niet wijken wil
op de foto lijkt…en nooit vergrijst 


Op de puinhoop van het verleden
is een bloem ontloken
het begin van een nieuw leven
vol begrip, vreugde en gevoel

het leidt naar vernieuwing
in relaties die sterker
uit de strijd zullen komen

pijn en ontberingen
hebben de ziel gelouterd
een nieuw begin zal voor
de toekomst een breder
denken in zich houden 

Stil verlangen
een merel weer te horen 
een tijd het geluk
van nestwarmte verloren
onschuldig steeds wederkerend
de jasmijn-struik van de buren
die ver over de muren ruikt

mijmeringen als afleiding gebruikt?

geur van koffie lokt je naar binnen
het is buiten fris, ook de kou
die een deel van het leven is

 

 

 

 

Door de nacht
zweeft de verbeelding
zien sterren moe van schitteren
hebben zich met miljoenen verbonden 
een nieuwe melkweg uitgevonden 

in die oneindigheid  van holle ruimte
vond ik jouw handen terug
zalig ontwaken naast elkaar
het beeld in d’ ogen gevangen
voor wederzijds verlangen vatbaar…..

de nacht opgelucht aan de kapstok hangen 

Aan wat straks komt

Aan wat straks komt denk ik niet
een liefde schoner dan regenbogen
verloren in de avondmist

mijn hart zingt een droevig lied

voor een gesloten deur
geen oor dat hoort 
wat in het dal der dromen
onzichtbaar blijft voor ’t oog

in het oosten daagt de morgen
een nieuwe dag, dezelfde niet
weet men of deze troosten zal
of nooit de regenboog ziet 

===============================