De roos en de doorn

De rozen zijn geboren,
elk blaadje heeft een eigen verhaal
van schoonheid en van gloren
geschikt in een opalen schaal

ze staan te glunderen 
in hun koninklijk gewaad 
ze zijn de trots van de tuin
in schoonheid nooit geëvenaard 

het blad krult zich zo kunstig
voorzichtig heel gewaagd
de kleuren zo doorzichtig
ze dragen namen van
’s werelds majesteiten

maar in de regen staan
ze evengoed te lijden               

                                                  

 

 

Heerlijk hoe de rozen bloeien
langsheen het kiezelpad

op de kleur heb ik mijn zinnen gezet
in gedachten de geur geschilderd
wonderlijk om zien
hoe elk blad zich schikt
naar volmaaktheid rond het hart 

In een wereld waar vogels fluiten
kan verlangen niets buitensluiten

de roos symbool van volmaaktheid,
verfijnde onsterfelijkheid,
steelt mijn hart

onderweg naar Wales….. in Oxford
bij een universiteitsgebouw,
een omheinde tuin vol rozenpracht
ik volg mijn hart, ga door het hek
en zie rozen, rozen, ’t is te gek

roep ik het beeld op van verlangen
blijft het in mijn ogen hangen

Rozen staan in geur en kleur
met koninklijke schoonheid
regen doet ze groeien
zon doet ze bloeien, maar
o wee zo vergankelijk

het zangerige gedeelte  
van de nanacht komt van
de merel bij het ochtendgloren
regen stuit het gezang
in zijn nest zit hij veilig
en niet bang

er zitten buiten zoveel woorden
enkele zijn voorbestemd
om op papier te zetten
weinige bereiken veilige oorden

 

 

 

 

 Voorbij die ” mooie ” zomer
( die zomer die zowat begon in mei ) 

de zomer zet een stapje terug
een nieuw seizoen
in de cirkel van de tijd
met nieuwe geuren en kleuren

en plots vallen de eerste eikels
tussen het groene gras
door ochtend-dauw wit-grijs getint 

als de roos en de zonnebloem
het huis nog volop siert
de zuiderse zon roze-rood kleurt
volgen gevoelens het seizoen

weemoed priemt door het hart
op onverwachte tijdstippen
schuift ons denken…..

naar verloren momenten en
komt er een tijd om na te denken 

De halve maan 
hangt in een oude eik

                    weet je nog die avond
                    met Eros in’t bereik 

de lucht was helder en uniek
de sterren pinkten, de liefde genegen

                    geen vogel in de lucht
                    zijn naar het nest gevlucht

zij droomden van een nageslacht
wie heeft nooit aan’t zelfde gedacht? 

Het accent verlegt zich
als de zin zijn woorden
heeft gevonden

jij neemt mijn rust
mijn vrede mee

door het bonzen van je hart
maak je mooie woorden
op het blad door jou geschreven

de roos bloeit binnen het bereik 
van liefdes-liefde eisen
soms dacht ik dat je er was
en sprak ik met jij en ik

door de eenvoud van het leven
zijn de accenten enkelvoudig gelegd 

Nu alles voorbij is
zal ik je nooit meer zien weggaan
de geest die zijn rust niet vond
ging de weg langs verlepte rozen

geen liefde die begeerde

ik zag met jou bedauwde velden
bekeek het schilderij dat zich open-spreidde
boven zonovergoten koren, de kleurrijke
bloemen-symfonie langs de greppel-kant 

een verrukking voor jou en mij

het heimwee naar verf en penseel
kan mij niet bekoren, de woorden
geschreven maken het goed 

poëzie geeft innerlijke rust
met hart en ziel op voldoening belust

De lusteloze warmte van het hart
waar het heimwee geen zicht op heeft
de wil verdronken door een golfslag
ziet het oeverloos azuur niet
dat zich aan de hemel spant


de droom is voorbij

je kunt zonder mij
ik sluit mijn ogen
bedenk hoe het was
jij en ik ,een droom
waar Eros zweeft dooreen
welriekend struikgewas

ontwaken onder de lakens
de gedachten aan ons vergeten
verschuivende grond onder de voeten
is door het lot uitgeloot
gekwelde jaren door tijd geleden

Schrijven aan ” mijn ” leven
vraag ik waar de toekomst ligt
in woorden of in streven
hoeveel waarde wordt belicht 

zal ik schrijven aan mijn verlangen
nog voor ik schrijf over de dood
het groezelige uit mijn hart verbannen
met mogelijk een woord van hoop

ik onderhandel met mijn gedachten
die steeds de andere kant opgaan
ik heb geen zin in het slachten
van gevoelens die nog open staan 

Ik sluit het album
van leefbaar verlangen
jij was mijn mooiste helft 

een versneden deel blijft hangen
in mijn bewustzijn, het gemis,
een leegte, niet van deze wereld 

de diepte van de smart
verwondt en kwelt het hart
geen angst, geen onrust

een laatste blik sluit het album
ach, morgen pluk ik weer rozen                               

Het geluk glijdt ongrijpbaar voorbij
als nevel over leeg geoogste velden

de rozen zijn verlept
je hebt ze geroken, zijn blijven staan 
ze werden er voor jou gezet

met kloppend hart kunt
je niet voorbij smeulend vuur, 
dat knettert bij elke stap je zet
om uit mijn leven weg te gaan

de toekomst bang bekeken
aangeslagen door verdriet
gaan we samen door de deur
samen langs het pad?

nemen afscheid…. nu….
maar niet voorgoed !  

                                             

 

                  

Het draaiboek van je brein 
houd stil bij de mythe van de roos 
je blik zuigt de mooie welving
van de bloem
haar suikerzoete rozenblad

een naakte roos
op het wit van de muur
de zichtbare schoonheid van de roos
op het harde vlak 

klimt langs losgeslagen luiken
en woekert langs vergane weelde
het zicht van naakt verval
waar niemand zich bezeert
het snoeien niet begeert 

Samen jong geweest
vele jaren verbonden

aan de wijde sterrenhemel
geen droefheid die zich
ons ter harte nijgt 
de schat van goud en zilver
van liefdes kostbaarheid

het geluk zoveel besproken
het afscheid bespaart de rouw
het was een wereld zonder einde
waar elk van ons verdwijnen zou 

 ——————————